Oefenrace #1: Een keiharde reality check
In 18 maanden tijd bereidt Tobias zich samen met zijn Suzuki DR-Z4S voor op de ultieme test van mens en machine: de Baja 1000. Waarom? Om te ontdekken of moderne dualsports nog steeds het Dakar-dna hebben.
Lees zijn Suzuki Avontuur.
Natuurlijk was ik zenuwachtig, maar boven alles had ik er zin in. Eindelijk zou ik ervaren hoe het is om vol adrenaline en schouder aan schouder te vechten voor een goede finish. Dat er een temperatuur van 38 graden werd voorspeld, veranderde daar niets aan. Dat kan tijdens de Baja 1000 ook gebeuren, dus kom maar op, dacht ik. Totdat we en masse de eerste bocht inreden en al mijn training in een grote stofwolk de deur uit vloog.
Oorspronkelijk zou mijn eerste race medio juli zijn, maar tot mijn teleurstelling werd die geannuleerd. Een maand lang werkte ik daarom ongeduldig naar de eerstvolgende gelegenheid toe: de DXCS Drouwenermond, die plaatsvond tijdens het Boerenrockfestival.
In een twee uur durende race combineert de Dutch Cross Country Series (DXCS) crossbanen met bouwland, singletracks en obstakels. Typerend is de Le Mans start. Rijders beginnen de race zo’n tien meter achter hun motoren. Zodra de vlag valt, moet je zo snel mogelijk naar je motor toe rennen en wegscheuren. Dat maakt de race nog spectaculairder.
Hoewel het gemiddelde niveau van DXCS-rijders een stuk hoger is dan dat van mij, voelde ik me er klaar voor. Sinds de start van dit project train ik regelmatig op de crossbaan, soms twee of zelfs drie keer per week. Elke sessie gaat het beter. Ik ga sneller door bochten, spring steeds grotere sprongen en zit zelfverzekerder in het zadel. Niets zou daar verandering in brengen. Toch?
Extreme hitte verwacht, kopte de krant. Uiteraard viel de heetste dag precies samen met de race. 38 graden. Ik had ondertussen al meerdere keren met 30 graden op de crossbaan gereden. Ideaal is het niet, maar het gaat. Mits je elke 30 minuten stopt om water te drinken. En daar zat het probleem: dit is een twee uur durende race. Zonder drinkrugzak zou deze race sowieso een nachtmerrie worden.
Snel belde ik mijn sponsor Powersportcenter in Geesteren op. Op de valreep wisten zij me van de Enduristan Hurricane 7 te voorzien, die een drinkwatercapaciteit van drie liter heeft. Dat moest voldoende zijn, leek me.
Beeld: Antonella Buonsenso/ PhotoMonkeys.eu
Racedag
Toen we vrijdagochtend rond 09:30 het terrein op reden was de hitte al drukkend. Samen met mijn vrienden en mede-racers, Erwin en Ciska, tuigden we onze pit-tent op en gooiden we een eerste blik op de baan.
Ik zag een kurkdroog veld, los zand en een reeks obstakels. Direct na de eerste bocht lag een splitsing: ‘soft route’ naar links, ‘hard route’ naar rechts. De moeilijke route was aanzienlijk korter, maar had zeven obstakels kort achter elkaar. Boomstammen, opgestapelde balken, truckbanden en een kleine schans. Met uitzondering van de balkenstapel zag het er haalbaar uit. Toch besloot ik om in ieder geval de eerste ronde de makkelijke route te nemen. Als ik geblesseerd raak, komt mijn deelname aan de Baja 1000 in gevaar. En zo kort na de start zou het waarschijnlijk een gedrang van jewelste worden.
Om 10:45 werd mijn klasse bij elkaar geroepen. Goed drinken en extra oppassen, meldde de wedstrijdleider. Tijdens de jeugdrace eerder die ochtend was al een ambulance nodig geweest. Tijd om op te stellen. Zo’n 25 motoren werden keurig in een rij gezet. Tussen de volbloed enduro’s stak mijn dualsport er opvallend tussenuit. Ik draaide de sleutel om, zette de motor in de tweede versnelling, selecteerde rijmodus A en schakelde de tractiecontrole uit.
Net als de andere rijders stelde ik me tien meter achter de motor op. Nog 60 seconden gaf de wedstrijdleider aan. Ik zette mijn camera aan, uit, weer aan, en friemelde zenuwachtig aan mijn goggles. 30 seconden. Met mijn laars maakte ik een kuiltje in het zand en plantte mijn rechtervoet stevig in de grond. 15 seconden. Mijn hart bonkte in mijn keel. 5 seconden. You got this, fluisterde ik zachtjes. En toen viel de vlag.
Als ridders die ten strijde trekken renden we naar de motoren toe. Ik sprong op het zadel, trapte spastisch de kickstand in, startte de motor en trok het gas open… Om het twee tellen later met eenzelfde vaart weer te sluiten.
Ik was amper bij de eerste bocht toen de lucht om ons heen volledig bruin kleurde. De ondergrond was zo droog dat elke motor metershoge stofwolken de lucht in wierp. Het stof was zo dicht dat ik letterlijk niets meer zag. De meute kwam volledig tot stilstand, totdat na een paar seconden de lucht opklaarde en de baan weer zichtbaar werd.
Snel probeerde ik de bocht te pakken. De ondergrond was zo los dat ik moeite had om grip te vinden. Toen ik me eindelijk uit de meute had gewerkt, of beter gezegd, toen de meute me had achtergelaten, probeerde ik me te herpakken. De baan was vrij, maar ik bleef worstelen met het terrein. Het zand was zo fijn dat er geen stevige geulen ontstonden, maar losse sporen die kriskras door elkaar liepen. Elke meter was een gevecht om mijn 150 kilo zware motor overeind te houden en na amper een kilometer kookte mijn hoofd al in mijn helm. Holy shit, wat is dit zwaar.
Het is me in de afgelopen weken al vaak gezegd. Woestijnzand is niet te vergelijken met crossbanen. Zelfs niet met de zachte, zanderige banen. Is dit wat me in Mexico te wachten staat? En dan waarschijnlijk nog losser en fijner?
Hoezeer ik het ook probeerde, ik kreeg geen controle over de motor en na twee crashes en een regen aan near-misses zakte mijn zelfvertrouwen weg. Ik voelde me als een peuter op zijn eerste fietsrit. Mijn hoofd bonkte van de hitte en de drie liter aan elektrolytenmix schoot in sneltreinvaart door mijn drinkslang. Toen ik voor de tweede keer langs de pitstraat kwam, hield de wedstrijdleider een bord in de lucht. ‘Race eindigt om 12:15.’ 45 minuten eerder dan gepland. Godzijdank, dacht ik
Lessen
Ik dacht dat het vanwege de hitte was, maar achteraf bleek het stof de oorzaak. Naast deze race waren er ook races en evenementen van het Boerenrockfestival en samen hadden ze het hele terrein blank, of nou ja, bruin gezet.
Na 75 minuten kwam ik over de finish. Teleurgesteld in mijn prestatie, maar blij dat de motor deze zware omstandigheden wel aankan. Dat gold namelijk niet voor alle motoren en alleen om die reden eindigde ik niet als laatste.
Deze race was een keiharde reality check, dus de vraag is: Wat nu?
Doorgaan natuurlijk.
Ik ga op zoek naar plekken waar ik dit soort condities kan oefenen. Verder is het rinse & repeat. De volgende race is op 20 september. Hopelijk ben ik dan iets beter voorbereid.